V E R S L A G

van de canonieke visitatie Gerardus Majella-kerk

 

Den Haag/Rijswijk d.d. 7 mei 2009

 

Aanwezig:

- namens het bisdom vicaris-generaal H.A. Verbakel, algemeen econoom mr J.C.G.M. Bakker en mevr. A.M.C.B. de Jong (notulen)

- namens het parochiebestuur/pastoresteam A.J. van Deelen, mw I.A.M. van der Aart, J.M. Koot en P.M. Schott

- namens de gemeenschap 31 personen

Pastoor Van Deelen opent de bijeenkomst met woorden van welkom en met gebed. Hij stelt de aanwezigen zijdens het bisdom – vicaris-generaal Verbakel, algemeen econoom Bakker en mw De Jong – en zijdens het parochiebestuur – de heren Koot en Schott – voor. Ook mw I. van der Aart, pastoraal werkster, is aanwezig.

Er is een agenda. Deze is akkoord.

In de viering van 26 april jl. is aan de parochianen meegedeeld dat het parochiebestuur de bisschop heeft gevraagd om de Gerardus Majellakerk aan de eredienst te onttrekken. Dit bericht is op een los blad achterin de kerk gelegd en is gepubliceerd in “Pastorale” en op de website.

Er zijn vier factoren die, in combinatie, hebben geleid tot dit besluit van het parochiebestuur. Op de eerste plaats is dat het dalend aantal kerkgangers. In 1990 waren dat er nog zo’n tweehonderd. Nu zijn het er ruim vijftig. De kritische grens komt daarmee in zicht. Voorts staat de pastorale bezetting onder druk. In 2008 hebben, afgezien van de inzet van assistentie en gebedsleiders, 2.5 pastorale beroepskracht vijfhonderd vieringen verzorgd. Met het aanstaande vertrek van S. Kuik en gelet op het feit dat er nog maar één priester-assistent beschikbaar is, die op leeftijd is en een kwetsbare gezondheid heeft, dwingt dat tot maatregelen om de kwaliteit van de vieringen te bewaren en het rooster verantwoord in te vullen. Pastores zijn niet van elastiek.  Ten derde wordt de kerkzaal Gerardus Majella weinig gebruikt. Er is geen draagvlak voor interne verhuizing en er zijn goede mogelijkheden tot herontwikkeling van de locatie. En tenslotte is er de centrale ligging van de Bonifatiuskerk. De afstanden zijn overbrugbaar. Het parochiebestuur heeft na lang nadenken en na zorgvuldige afweging van de factoren besloten de bisschop te verzoeken om de Gerardus Majellakerk na Kerstmis aan de eredienst te onttrekken. Het bestuur wil de sluiting niet laten samenvallen met het vertrek van S. Kuik en wil de gemeenschap in de gelegenheid stellen het Kerstfeest nog in deze locatie te vieren. Tot dat moment zal het pastoresteam alle locaties bedienen, al is dat voor hen niet gemakkelijk.

Vic.Verbakel geeft een toelichting. Avonden als deze zijn pijnlijk, ook voor het bisdombestuur. Het is het omgekeerde van waar we voor staan. Het bisdom wil opbouw en geen sluiting. Het feit dat hijzelf hier administrator is geweest en een band met de gemeenschap heeft, maakt het extra lastig.

Vic.Verbakel kent de Redemptoristen al sinds 1982 en kent Wittem van binnen en van buiten. Elk jaar heeft hij er retraite, ter voorbereiding op het Paasfeest. Hij weet zich daarom verbonden met Gerardus Majella en dat geldt voor heel veel mensen, die jaarlijks Wittem weten te vinden om in hun gebed hun zorgen en vragen aan deze heilige voor te leggen. Dat is zowel ontroerend als bijzonder.  Het klooster zelf is echter sterk veranderd. Veel paters zijn inmiddels overleden en de gemeenschap wordt kleiner. Dat is hier in Den Haag ook het geval. De betrokkenheid bij de kerkgemeenschap neemt af. Dat is een pijn die we delen en die diep insnijdt. We moeten echter niet bij de pakken gaan neerzitten. Al die jaren dat hier eucharistie is gevierd en is gebeden, zouden dan voor niets zijn geweest. De bezoekers van Wittem vragen God en Gerardus Majella om over hen te waken en zijn zo dragers van het geloof. Dat geldt ook deze gemeenschap. Dan is het minder van belang onder welk dak we bijeenkomen: een dak waaronder we veel hebben meegemaakt of een dak elders. Het is wel belangrijk om dat dak te blijven zoeken en vinden en in het voetspoor van Gerardus Majella lichtdragers van God te zijn en te blijven omzien naar elkaar. Het is noodzakelijk om juist nu de krachten te bundelen en de gemeenschappen te concentreren, met het oog op de toekomst van de katholieke kerk, die ons zo dierbaar is.

J. Eijsackers neemt het woord namens de beheergroep en, naar hij aanneemt, ook namens de gemeenschap Gerardus Majella. Hij reageert op de factoren van het parochiebestuur. Hij heeft op 26 april jl. en vanavond niets nieuws gehoord. Hij kent de nota’s en is actief geweest in het kerkelijk leven, onder meer als bestuurslid van de Gerardus Majellaparochie en – later – de Bonifatiusparochie. De vier motieven, die hij heeft gehoord, zijn duidelijk, maar het is niet helder waarom deze leiden tot de keuze voor de Gerardus Majellakerk.

Het aantal kerkgangers is niet sterk geslonken, afhankelijk van waar het mee wordt vergeleken. In 1965 was de Gerardus Majellakerk met 1.200 zitplaatsen vaak nog te klein. In vergelijking daarmee is het kerkbezoek inderdaad gedaald. De kerk had in 1968 nog 800 zitplaatsen (en een nieuw liturgisch centrum) en is sinds 1982 gevestigd in deze locatie met 150 zitplaatsen. In 2005 was de bezetting 66.74 personen, in 2006 64.1 personen, in 2007 67.4 personen en in 2008 57.3 personen. De hoogtijdagen worden daarin overigens niet meegenomen. Het kerkbezoek kent op dit moment een gemiddelde van 58.2 personen (een viering per weekend). Dat komt neer op een leegstandspercentage van 61%.

Een vergelijking met de andere kerken levert de volgende cijfers op. De Bonifatiuskerk heeft 1.100 zitplaatsen. Per viering komen er tweehonderd mensen. Dat is een leegstandspercentage van 82%. De Benedictus-Bernadettekerk is teruggebracht van 800 naar 400 zitplaatsen en wordt op dit moment verkleind naar 200 zitplaatsen. Er komen honderdtachtig personen naar de viering. Dat is een leegstandspercentage van – nu - 55%. De Jeroenkerk heeft nu 200 zitplaatsen (voorheen 1.000). Er komen 45 personen. Dat levert een leegstandspercentage van 77.5%. Gelet op deze percentages ligt de volgende volgorde van sluiting voor de hand: eerst de Bonifatiuskerk, dan de Benedictus-Bernadettekerk, vervolgens de Jeroenkerk en tenslotte de Gerardus Majellakerk.

Het tweede argument is correct. Er zijn vijf diensten per weekend: vier op zondag en één op zaterdag. Er is derhalve één kerkgelegenheid met een dienst op zowel zaterdag als zondag. Er valt ook te denken aan het terugbrengen van het aantal vieringen, bijvoorbeeld één op zaterdag en drie op zondag, waarbij de Gerardus Majellakerk en de Jeroenkerk dan beurtelings een viering per weekend hebben. Drie vieringen per weekend zou ook al verlichting brengen. Of beide kerken worden gesloten – zowel de Gerardus Majellakerk als de Jeroenkerk – om verlichting in het rooster te brengen.

Ook het derde argument is correct. Daarbij dient opgemerkt te worden dat er maar één viering per weekend is in de Gerardus Majellakerk en dat degenen, die de viering via de televisie volgen, niet worden meegeteld.  Het is ook niet waar dat de kerk verder leeg staat: ze is open voor schoonmaak, bloemengroep, zangkoor en – vrijwel dagelijks – orgelstudie. Bij sluiting van de Rijswijkseweg, kan een aantal functies verplaatst worden naar deze locatie (zanggroep, tellen van de collecte, distributie van “Pastorale”, voorbereiding van vieringen, en dergelijke). Wat het hergebruik door Florence betreft, wijst J. Eijsackers erop dat het runnen van een buurthuis niet hun core business is. Bovendien heeft de gemeente Den Haag voor dit gebied een bestemmingsplan. Op een locatie op loopafstand wordt een buurthuis (ter vervanging van het oude buurthuis De Spil), een jongerencentrum en dagopvang gerealiseerd. Daar bovenop komen woningen. Het zou dan een doublure zijn om ook hier een buurthuis te realiseren. De parochie heeft destijds het parochiehuis afgestaan aan de gemeente voor sociale doeleinden. Daar is inmiddels niets meer van over. De gemeenschap heeft al het nodige ingeleverd: buurt/parochiehuis, scholen en de oude kerk.  Dat is genoeg.

De kerken lopen leeg, met de PKN gaat het ook niet echt goed, maar de Pinkstergroepen in het Spoorwijk/Laakkwartier groeien en zoeken ruimte. Er zijn inmiddels ook drie moskeeën in dit gebied. Wanneer het argument van het lidmaatschap van de Raad van Kerken niet van toepassing zou zijn, zou de Jeroenkerk een echt christelijke herbestemming kunnen krijgen door ze te verkopen aan de Pinkstergroepen.

Wat, tenslotte, de centrale ligging van de Bonifatiuskerk betreft, merkt J. Eijsackers op dat de oude kerk van Rijswijk zelfs nog centraler ligt. Dat is al sinds de zestiende eeuw zo. De mobiliteit is echter een probleem. Met het openbaar vervoer moeten twee zone’s worden doorkruist en daarna is het nog een kilometer lopen. Dat is niet te doen, waardoor de Bonifatiusparochie de Gerardus Majellamensen kwijt raakt. Dat is voor de Jeroenkerk anders. Deze ligt hemelsbreed op 200 meter van de Bonifatiuskerk. Tramlijn 17 stopt voor de deur (of anders bus 23 naar de Benedictus-Bernadettekerk).

Samenvattend stelt J. Eijsackers dat eerst het aantal vieringen dient te worden teruggebracht. Begin 2010 moet de Jeroenkerk gesloten worden (met christelijke herbestemming). In september 2010 wordt dan de Gerardus Majellakerk gesloten. Op die manier is het mogelijk om het zilveren jubileum van deze locatie nog te vieren. Daarna moet worden bezien wat er ten aanzien van de andere locaties besloten dient te worden. Het kerkbezoek zal immers blijven dalen. Wellicht zijn over vijfentwintig jaar alle vier de kerken niet meer bruikbaar en keert de gemeenschap inderdaad terug naar de oude kerk van Rijswijk. Ook de protestantse kerk heeft immers met problemen te kampen.

De beleidsnota liturgie “Hoe zijt Gij aanwezig” biedt de mogelijkheid om in een van de kerk afgesloten ruimte koffie te drinken. Dat kan hier niet. J. Eijsackers verzoekt daarom geen koffie mee te nemen in de kerk – de godslamp brandt en Ons Heer is aanwezig - en niet te morsen, omdat de vloer moeilijk schoon te maken is. Ook moet er opgeruimd worden.

J. Eijsackers vindt het niet chique dat de redactie van “Pastorale” eerder op de hoogte was van het voornemen dan de beheergroep, die kennelijk niet betrouwbaar genoeg bevonden werd om het nieuws stil te houden tot 24 april respectievelijk 26 april. Het is evenmin chique dat er wel toegezegd was dat hij de gesprekken met Florence bij mocht wonen, maar vervolgens geen uitnodiging kreeg. Er is daarvoor geen excuus aangeboden.

J. Eijsackers stelt dat de besluitvorming op losse schroeven staat. In het beleidsplan van 2003 was bovendien de Jeroenkerk aangewezen voor sluiting. Het is waarschijnlijk aan ‘activisten’ en briefschrijvers te danken, dat van die sluiting geen sprake meer is. Wordt dit van deze gemeenschap ook verwacht of is dit betoog afdoende?

Een aantal aanwezigen geven aan dat de heer Eijsackers niet namens hen spreekt en het niet eens zijn met een aantal van diens argumenten.

pauze –

Vic.Verbakel reageert.

Het punt van de sterke bezetting van de kerk is ingewikkeld. In de jaren zeventig werd de Hippolytuskerk in Delft gesloten omdat er nog maar 800 mensen kwamen. Er is sprake van schuivende panelen.

Het leegtecoëfficient is een unfair argument. Als mensen hun eigen stoel zouden meenemen, leidt dat tot een percentage van 100%.

Vic.Verbakel zegt geen priester te zijn geworden om kerken te sluiten. Dat neemt niet weg dat er een aantal reële problemen is, die om een antwoord vragen. L. van Rheenen zegt dat hij lid is van een katholieke kerk en niet van een commerciële kerk. Hij verhaalt dat het beeld van Gerardus Majella zich bij de sluiting van de grote kerk niet liet verplaatsen. Hij vraagt meer ruimte in plaats van regels en wetten van het bisdom, die het samen kerk-zijn ontnemen. Desnoods vormen we een missionarissenkerk en gaan we zelf voor. Het gebouw kost niets en de herkenbaarheid in de wijk is belangrijk. Vic.Verbakel zegt dat de situatie hier omgekeerd is aan die in de missie. Hier zijn wel middelen, maar geen mensen. Waar we ook heen gaan, God laat ons niet los. Het punt van de herkenbaarheid is een reëel punt en zal mogelijk nog breder gaan spelen richting Laakkwartier. Het is dramatisch dat er in een wijk als deze geen kerk is. Zelfs met een goed functionerend koor – en Vic.Verbakel heeft het vaak gehoord – is de huidige kerkelijke bezetting een kwetsbare groep. Het is nodig om na te denken over het voorstel dat is gedaan. Alle vragen en opmerkingen van vanavond worden vastgelegd in het verslag ten behoeve van besluitvorming door de bisschop, nadat deze de Priesterraad heeft gehoord.

Er wordt opgemerkt dat deze gemeenschap al een kerk heeft ingeleverd. Dat moet nu weer en dat is niet eerlijk. Waarom is niet een andere gemeenschap aan de beurt? Hoe moeten we verder? Waar moeten we heen? Vic.Verbakel wijst erop dat er geen kerk is ingeleverd, omdat de gemeenschap er een kleinere locatie voor terug heeft gekregen. Die is vijfentwintig jaar goed gebruikt. Had dat dan niet moeten gebeuren?

Het gaat aan mijn hart dat deze locatie moet sluiten. De koorzangers moeten ook meegerekend worden in het kerkbezoek. Dat zijn ook parochianen.

B. van Oosten mist in het pleidooi van de heer Eijsackers het koor. Het is een van de beste kerkkoren van Den Haag en er is zorg ten aanzien van de continuïteit. L. van Deelen zegt dat daarover is nagedacht. Het Gerardus Majellakoor is inderdaad een kwalitatief goed koor, maar dat heeft niet geleid tot een grotere toeloop van mensen, zeker in vergelijking met de Jeroenkerk, waar geen koor is. Er komen maar weinig mensen in de Gerardus Majellakerk, zeker bij woord- en communievieringen, en dat is niet motiverend voor het team. Parochiebestuur en pastoresteam dragen het koor evenwel een warm hart toe. Er zijn afspraken gemaakt om te bezien op welke wijze het koor in de parochie actief kan blijven. Dit plan zal eerst aan B. van Oosten voorgelegd worden, alvorens het verder gebracht kan worden. B. van Oosten noemt het koor als argument voor behoud van de Gerardus Majellakerk. Vic.Verbakel zegt dat mensen belangrijker zijn dan stenen. Hij juicht het toe als het koor mee kan naar een nieuwe locatie.

Twee van de parochianen, de heer Dreesens en mevrouw Laaper, zeggen dat zij niet meer goed ter been zijn en niet kunnen lopen naar de Bonifatiuskerk. L. van Deelen zegt dat er nagedacht wordt over de wijze waarop de Gerardus Majellagemeenschap betrokken kan (en wil) blijven bij de parochie. Het bestuur is bereid om financiën ter beschikking te stellen voor vervoer, mits er vraag is. Er is geenszins het voornemen om de parochianen de gelegenheid te ontnemen om de kerk te bezoeken. L. van Rheenen vraagt zich af welk percentage er gebruik zal maken van het vervoer. Het parochiebestuur moet toch weten, met het oog op beleid, wat het kan verwachten. L. van Deelen zegt dat het aantal minimaal nul is en maximaal vijftig. Het is af te wachten wat de vraag zal zijn. L. van Rheenen zegt dat die vijftig van essentieel belang zijn.

Vic.Verbakel constateert dat het voornemen voor de parochianen nog vers is: zij hebben het net gehoord. Het parochiebestuur is hier al langer mee bezig en gaat nu nadenken over wat er nodig is om de overgang – het wegtrekken hier en het inhuizen elders – zo goed mogelijk te laten verlopen. Daar hoort het koor bij, het vervoer, activiteiten in de pastorie, en dergelijke. Dat moet goed georganiseerd worden, want het is een pijnlijk proces. Het zou goed zijn als het parochiebestuur hierover contact opneemt met de beheergroep, zodat er sprake is van een goede afstemming.

Vanuit de kerk wordt opgemerkt dat de herkenbaarheid in de wijk niet zo groot is als de interne herkenbaarheid als groep. We moeten de Bonifatiuskerk herkenbaar maken en houden als katholieke kerk en ouderen de mogelijkheid bieden om daarheen te gaan.

Naar aanleiding van de vraag hoe er omgegaan zal worden met het betoog van de heer Eijsackers, licht Vic.Verbakel de procedure toe. Op deze avond wordt de gemeenschap gehoord om een zo volledig mogelijk beeld te krijgen. Dat is nodig alvorens besluitvorming kan plaatsvinden. De bisschop moet daartoe ook de Priesterraad horen. Pas dan kan hij in de stafvergadering een besluit nemen. Dat gebeurt dus op basis van het gehele dossier, inclusief het verslag van vanavond. Er ligt derhalve nu nog geen besluit, maar wel een beargumenteerd voorgenomen besluit, voorbereid door het parochiebestuur, in samenspraak met het managementteam. L. van Deelen verwijst naar het paper. Op de achterzijde staat de procedure verwoord.

Mw Koot zegt dat J. Eijsackers niet namens alle aanwezigen heeft gesproken, zelfs niet namens alle leden van de beheergroep, waarvan zij deel uitmaakt. Diverse aanwezigen vallen haar bij.

Vic.Verbakel zegt dat het feit dat de Jeroenkerk niet eerder is gesloten, niet te danken is aan de protesten. Hij was destijds administrator. Gelet op de toen nog aanwezige assistenten heeft L. van Deelen aangegeven ook de Jeroenkerk te kunnen bedienen. Daarom is deze kerk tot nu toe open gebleven. Het bisdom is niet gezwicht voor protesten.

Mw Went houdt een pleidooi voor het koor. Vic.Verbakel verwijst naar wat daar al over is gezegd.

Dit is de enige kerk met acolieten!

Mw Hoogkamer vraagt waarom de Jeroenkerk nu niet wordt gesloten, terwijl er destijds wel een voornemen daartoe was.

J. Bakker is blij met alle informatie. Besluitvorming moet echter worden bezien in het grotere perspectief van het bisdom. De Bonifatiuskerk is rijksmonument. Dat conditioneert de besluitvorming. Hoe houden we de katholieke kerk in dit gebied overeind? In een gebied als Ypenburg wordt al geen kerk meer gebouwd. In het bisdom Groningen-Leeuwarden zijn de afstanden veel groter, tot wel twintig kilometer en meer. De kerkbetrokkenheid is daar groter. Hij heeft begrip voor de vraag rond de Gerardus Majellakerk – J. Bakker wil nu niet over de Jeroenkerk spreken omdat we daar nu niet zijn; ook daar zal het gesprek echter opgestart moeten worden  – maar de situatie waarin de katholieke kerk zich bevindt, vraagt om aanpassen en hergroeperen. Het kerkbezoek wordt kleiner. Er is bijna sprake van een consumentenkerk. Dat heeft consequenties, gelet op de beschikbare menskracht en middelen. Als we destijds hadden geweten wat we nu weten, was deze locatie er niet meer gekomen. De kerk van Den Haag zal ingrijpend veranderen.

Vic.Verbakel sluit de avond onder dankzegging aan alle aanwezigen met gebed.